Reis met de MS Aglaia - Lyttelton (NZ) naar Hong Kong 2015

Bootreis met de mv Aglaia van Lyttelton (NZ) naar Hong Kong

Met een enorme aanloop vanuit Amsterdam via Singapore naar Auckland per vliegtuig en een maand rondtoeren met de auto op het Noorder- en het Zuidereiland van Nieuw Zeeland kan ik op 20 april 2015 in Lyttelton (de haven bij Christchurch) aan boord gaan van mv Aglaia van rederij Peter Döhle. Een bootje van ca. 270 m met een Duitse kapitein, Oost-Europese officieren en Philippijnse crew. De bedoeling is om in 24 dagen (7500 NM) naar Hong Kong te varen via Japan, Zuid-Korea en China. Alleen voor China heb ik een visum aan moeten vragen.

Napier: Art Deco City

Vanuit Lyttelton varen we eerst naar Napier, waar ik met de auto geweest ben, maar nu ga passagieren. Mooie plaats om een dag door te brengen. Toen ik hier tijdens mijn rondreis was, lag de cruiser de Oosterdam in de haven.

Van daar gaan we rond East Cape en langs White Island naar Tauranga. Hier ben ik ook al geweest, maar we liggen er te kort om van boord te gaan. Dat is natuurlijk afhankelijk van aankomst- en vertrektijd en lading.

Ik heb trouwens een fantastisch grote hut tot mijn beschikking (owners cabin). Hij meet zo’n 5 bij 10 meter en ik heb 4 ramen met zicht op het dek en geen containers, die het uitzicht belemmeren.

In 12 dagen varen we van Tauranga naar Tokio (de 7de dag passeren we de evenaar op 157 gr OL). Niet erg spannend, maar er valt zo veel te zien onderweg, dat de tijd voorbij schijnt te vliegen net zoals de vliegende vissen zo nu en dan. Maar die doken dan snel weer het water van 32 graden in.

Na zoveel dagen varen, met altijd de wat schommelende beweging van het schip in je systeem, is het toch wel prettig om even aan wal te gaan. Die kans krijgen we in Tokyo en met een deel van de crew ben ik ’s avonds naar een shopping mall gegaan, waar de mannen hevig aan het internetten slaan onder het genot van een Asahi-biertje. Smaakt prima trouwens.

De volgende dag heel vroeg op weg naar Kobe. Daar komen we de volgende dag heel vroeg aan en ben ik in m’n eentje de wal op gegaan, wat rondgekeken en in de Ikea-winkel daar heb ik een Japanse hotdog gegeten. Veel tijd heb je niet, want ’s middags vertrekken we alweer.

De volgende dag komen we ’s avonds aan in Busan (Zuid Korea) om er de volgende dag ’s ochtends weer te vertrekken naar Shang Hai. Geen gelegenheid om te passagieren.

En vanaf Busan is het maar een dag varen naar Shang Hai. Die haven (verbonden met een 32 km lange brug met het vasteland) ligt zo ver van de stad, dat het feitelijk ondoenlijk is om te gaan passagieren. En we vertrokken de volgende morgen ook al weer heel vroeg.

En na 2 dagen varen in dichte mist en veel regen komen we dan aan in Yantian. Een haven, die 25 NM ten noorden van Hong Kong ligt. Hier ben ik aan wal gegaan. Meer om het gevoel te hebben, dat ik mijn visum niet voor niks gekocht had. Je ziet maar een heel klein stukje China, maar je hebt in China rondgelopen (voor wat het waard is).

Om 1 uur ’s nachts vertrekken we naar Hong Kong. Vanwege de drukte daar liggen we pas om 11 uur voor de kant en om half drie kan ik van boord om naar mijn logeeradres te gaan. De scheepsagent brengt me. Hiervandaan vlieg ik naar Bali, om me daar 2 weken voor te bereiden op de vervolgtrip vanuit Singapore terug naar Rotterdam.


Na mijn grote trip van vorig jaar (van R’dam naar Sydney via het Panamakanaal, 14500 NM in 42 dagen) was deze reis toch niet zo indrukwekkend. Misschien ook omdat ik nu de enige passagier was en alles al een beetje ‘gewoon’ voelde.

Toch heb ik me geen moment verveeld. Praten met de bemanning en de kapitein, die blij was, dat hij ook in het Duits met iemand kon praten. Veel e-books lezen, fotograferen, dvd’s afkijken, boottrips maken, in een dekstoel wat bijkleuren en slapen. Koffie halen op de brug. De was doen en stipt op tijd de etenstijden aanhouden: ontbijt 7 uur, lunch 12 uur en diner om 17.30 uur.

Het was toch weer een geweldige ervaring en bijkomend voordeel is, dat de wereld gewoon doordraait ,ook zonder dat jij van alles op de hoogte bent.

J. Gritter.