Een winterse vaart naar Finland

EEN ‘WINTERSE’ VAART NAAR FINLAND.

Meevaren op een vrachtschip? Is dat leuk? En wat doe je dan de hele dag?
Deze vragen krijgen we regelmatig gesteld als we aan vrienden vertellen dat we weer een reisje gaan maken aan boord van een vrachtschip, dit keer naar de zuidkust van Finland.
Ons antwoord is steevast: ja, juist op een vrachtschip en ja, dat is heel leuk en de hele dag doen we eigenlijk niets, behalve kijken.


Voorpret

Als verjaardagscadeau voor mijn man Hans boek ik bij Sea Travel Holidays een reis van acht dagen aan boord van één van de schepen van Transfennica België. Een reis in februari, want we willen eens een echte ijsvaart maken. Uit een lang vervlogen zeevaartverleden weten we dat de kans op een dikke ijslaag in die maand groot is en ook de brochure spreekt van kansen op veel ijs in die periode.

In de herfst al geboekt, geeft het reisje ons een lange voorpret en ook het vaste voornemen om in Finland lekker warme bontmutsen te kopen, want van vroeger weten we: geen Fin zonder bontmuts, dus daar moeten we zijn.

Timca
Een week voor aanvang van de reis krijgen we bericht dat onze boot de Timca zal worden. Eén van de zeekastelen van Transfennica en varend in lijndienst op Zuid-Finland. Inschepen in Antwerpen om 17.00 uur op Hans z’n verjaardag.
We reizen met de auto van Delfzijl naar Antwerpen en parkeren praktisch naast het schip. We vinden haar prachtig, ondanks de imposante lengte, breedte en hoogte, een jacht van een schip.
Nog nauwelijks uit de auto en nog rommelend met de koffers komt ons een vriendelijke man tegemoet die ons verwelkomt en zegt dat hij Richard is en uit Borgsweer komt. Hij is de verbindingsofficier/stagebegeleider aan boord. Een warm begin op de koude kade in Antwerpen, want Borgsweer is een dorp bij Delfzijl en we zijn al bijna familie tegen de tijd dat we over de enorme achterklep van de Timca aan boord lopen.
Na aanmelding bij de eerste stuurman in de Cargo Office en geholpen door een potige Filippijnse matroos, die moeiteloos met de twee zware koffers de vele trappen beklimt, komen we buiten adem aan op het messroomdek op ongeveer dertig meter hoogte boven de waterspiegel. Daar worden we opgevangen door de chef-kok die ons de weg wijst naar onze ruime hut met badkamer en ons de tijden van de maaltijden vertelt. Na een snelle rondblik in de hut gaan we richting brugdek, dé mooiste plek van het schip waar Richard al aanwezig is en we kennis maken met kapitein Douwe Bokma. Hij heet ons vriendelijk welkom en feliciteert Hans met zijn verjaardag. Tot onze stomme verbazing geeft hij ons een enorme taart die ’s morgens aan boord is bezorgd. De bijgaande mail maakt duidelijk dat onze zoon een ludieke manier heeft gevonden om Hans te feliciteren. De taart is bedoeld voor de gehele bemanning en de volgende morgen, als we op zee zijn, smullen 23 mannen en één vrouw van de verjaardagverrassing.

Rond Denemarken

De Timca heeft, evenals haar zusterschepen, een aantal hutten voor vrachtwagenchauffeurs die met hun vrachtwagen de overtocht maken. Zij beschikken dan over een eigen hut met badkamer, eigen messroom en dagverblijf. Deze accommodatie bevindt zich op het zogeheten messroomdek. Op dit dek eveneens de messrooms en dagverblijven voor officieren en bemanning. Dit alles heel praktisch gesitueerd rondom de kombuis en pantry.
Op de reis van Antwerpen naar Finland gaan zelden vrachtwagenchauffeurs mee en zo worden de leegstaande hutten aangeboden voor passagiers. Deze reis zijn wij de enige passagiers aan boord en hebben dus niet alleen een hut, maar ook een eigen messroom en dagverblijf. De chef-kok en de koksmaat zullen zorgen voor ons natje en droogje en tijdens de reis blijkt algauw dat zij hun uiterste best doen ons te verwennen met uitstekende maaltijden. Ze serveren die met zoveel vriendelijkheid dat we iedere dag met plezier naar de mess gaan om te eten. Na onze vakantie zien we dat duidelijk vertaald op de weegschaal!

‘s Avonds om 21.00 uur gaan we los van de kant en zoals altijd bewonder ik de rustige manier waarop gemanoeuvreerd en gewerkt wordt. Kapitein Bokma vaart zonder loods richting sluis, rustig en zeker komt het grote schip in de sluispassage. Later in de avond, varend op de mooie Schelde, wordt het tijd om onze kooi op te zoeken. Met een laatste blik op de lichtjes van de passerende schepen en de wal zakken we af naar onze hut. Met de schemerlampjes aan en het zacht brommende geluid van de motor op de achtergrond is onze hut een eilandje van tevredenheid. We gaan naar zee!

Eerste zeedag

’s Morgens, na een ontbijt waar een sterrenhotel zich niet voor hoeft te schamen, is de eerste gang natuurlijk naar de brug. Waar zijn we, waar gaan we langs, gaan we rond of door het Kielerkanaal? Al onze vragen worden vriendelijk beantwoord en dat zal de hele reis zo blijven. We gaan rond Denemarken, langs Kopenhagen, de Malmø-brug en Bornholm de Oostzee in naar Hanko. We krijgen bevestigd wat we al vreesden: de zware ijsgang die we graag wilden, zit er niet in. De winter is dit jaar mild in de Oostzee, de temperatuur schommelt er overdag rond het vriespunt. Niet genoeg vorst voor ijsvaren. Dan maar een flinke sneeuwstorm, ook goed.
Voorlopig zit die er nog niet in, want we varen deze morgen in de mist op de Noordzee. De zuidoostelijke wind kracht 4 tot 5 maakt geen enkele indruk op ons schip, zo vast als een rots vaart de Timca langs de Hollandse en Deense kust waar we geen duintje van zien. Later in de dag klaart het op en zien we dat we met onze 21-mijlsvaart alle collega’s inhalen, en dat geeft een onverwacht leuk gevoel.
De hectiek in de haven heeft plaatsgemaakt voor routine en rust op zee. De officieren lossen elkaar af op de brug en in de machinekamer en alles draait nu om de voortgang van het schip. We vallen in het zeeritme van de passagier: eten, lezen, een tukkie, heel veel op de brug kijken en genieten van het hele gebeuren dat ‘varen’ heet.

Sont
De volgende morgen passeren we om 08.00 uur de relatief nauwe doorgang in de Sont tussen Zweden en Denemarken bij Hälsingborg/Helsingør. Om tijdens de passage, op de brug te zijn hebben we uit voorzorg de wekker gezet. We slapen op de prima bedden namelijk als ossen en willen de doorvaart niet missen. Na een haastig ontbijt (sorry chef) vergapen we ons aan het mooie panorama van de Zweedse en Deense kust. Anderhalf uur later zijn we al dwars van Copenhagen en ondanks dat het zicht niet geweldig is zien we ook al gauw de contouren van de Malmø-brug. De Timca vaart hier met matige snelheid vanwege de plaatselijke geringe diepte van het vaarwater. Met nauwelijks twee meter water onder het vlak scharrelen we naar dieper water en kunnen daar onze reis op volle kracht vervolgen. Het zicht blijft matig maar op de brug is altijd wat te kletsen, te kijken, al was het alleen maar om te zien hoe vlak het schip vaart bij Oost 6-7. Aan het raatje in de voormast, dat ten opzichte van de horizon op en neer beweegt, kun je zien dat het schip echt wel beweegt. Voelen doe je het nauwelijks.
Om 20.00 uur klaart de lucht op en verschijnen in de pikdonkere nacht miljarden sterren aan de hemel.
Een indrukwekkend einde van een mooie zeedag.

Hanko

Zon!!
Om acht uur schijnt de zon al volop en geen ijs te zien bij de aanloop van de haven van Hanko. Op de vele stenen die in het vaarwater gestrooid lijken, zitten ijsranden op de waterlijn. Het vriest dus wel een beetje en het waait Oost 5. Achteruit manoeuvreert de kapitein het schip de haven in naar de ligplaats. Via de grote achterklep gaan we van boord.
Dat het dus buiten koud is merken we als we om 12.00 uur aan wal gaan voor een verkenning van het stadje en voor de aanschaf van de bontmutsen. Hanko is een mooi, klein stadje met de typisch Scandinavische houten huizen en een paar winkeltjes. Onze zoektocht naar de mutsen heeft geen resultaat, dat wijten we aan de geringe omvang van het stadje al valt het ons op dat er niet één Fin te zien is met zo’n lekker warm hoofddeksel. Zal wel liggen aan het zonnetje, voor de Finnen is het te warm. De ijzige wind bijt in ons gezicht en na twee uur hebben we het wel bekeken. We zoeken het warme schip weer op en om 17.00 uur vertrekken we naar Rauma, iets noordelijker gelegen in het zuidelijke deel van de Botnische Golf. We gaan de korte route naar Rauma, dat betekent dat we ’s nachts door het enorme rotsengebied voor de kust van Finland zullen varen. We blijven nog lang op de brug en zien nog de ontelbare lichtjes van de sectie- en geleidelichten, maar de kooi roept en als we wakker worden zijn we in Rauma.

Rauma

Om 06.00 uur arriveren we in Rauma. Door het raam in de hut zie ik hoe we tegen de kant gaan en warempel, hier ligt ijs in de haven. Niet zo dik, maar toch. Na het ontbijt willen we de wal op. Het weer is zonnig en een taxi is al voor ons besteld. Om half tien staan we, op aanraden van de aardige taxichauffeuse, in het oude centrum. Prachtige oude houten huizen, gebouwen en winkeltjes. Na koffie en Fins gebak (een aanrader), op zoek naar mutsen. Het wordt hilarisch, nergens bontmutsen. Ook bij navraag aan de vriendelijke mensen in de winkels kan niemand ons verwijzen naar een zaak met bontmutsen. Iedereen draagt nep of wol. Erg mooi van kleur en snit, maar die hebben we thuis ook.
Het mag de pret niet drukken, we struinen wat rond in Rauma, lunchen met gebak in plaats van gezond bruinbrood en bestellen om half twee een taxi voor de terugweg. Op de kade maak ik nog wat foto’s van de Timca die zeer fotogeniek in een laagje ijs ligt, de snijdende, ijskoude wind dwingt ons al gauw naar de warme hut.
Vertrek 21.00 uur. De tonnenroute bij Rauma is smal maar het grote schip wordt op de meter nauwkeurig door de smalle smal geul gemanoeuvreerd, wij zitten natuurlijk Royal Loge.

Kielerkanaal

Als we ’s morgens op de brug verschijnen, zijn we al haast dwars van Stockholm. Wat we gehoopt hadden gaat gebeuren, we gaan terug niet rond Denemarken maar door het Kielerkanaal. Onze diepgang is dusdanig dat we niet door de Sont kunnen. Wij vinden het prima. Met een dergelijk groot schip door het kanaal is een belevenis op zich. Maar voorlopig zijn we er nog niet, een rustige zeedag ligt voor ons en van de zuidwest 6-7, die grote kuilen met witte koppen maakt in de zee, merken we niets. ’s Avonds kijken we een film in ons dagverblijf.
Helaas geen sterren te zien als we de rust in gaan. Je kunt niet alles hebben…
Om 09.00 uur passeren we Gedser en dat brengt ons al dicht bij de aanloop naar Kiel. De wind is zuidwest 5-6 en we zien aan onze collega’s dat het behoorlijk waait en de zee wat ruw is. De kleine(re) schepen die met ons meeliggen stampen zich met veel overvliegend buiswater een weg naar hun doel. Wij merken er nauwelijks iets van. Geweldig.
Om 13.30 uur zijn we bij Kiel Lighthouse en nemen we snelheid terug om een loods aan boord te nemen die ons naar de sluis begeleidt. Om 14.30 uur in de sluis en om 15.00 uur er al weer uit. In de sluis zijn een loods en twee roergangers aan boord gekomen, zij varen het schip door het kanaal naar de sluis in Brunsbuttel. De enorme hoogte van de brug van de Timca, veertig meter boven het water, geeft ons een weergaloos uitzicht op de omgeving van het kanaal. Prachtig.
Als de avond valt, wordt het eigenlijk nog mooier. De lichten langs het kanaal spiegelen zich in het water en, van zo hoog gezien, vormen ze een pad van licht tegen de donkere heuvels.
Het schutten in Brunsbuttel gaat vlot en we verlaten om 23.00 uur de sluis en gaan weer naar zee, en te kooi.

De laatste zeedag
Weer vallen we in het rustige zeeritme van schip en bemanning. De officieren draaien hun wachten, de crew doet dekdienst of binnenwerk en de chef en zijn maat fabriceren de lekkerste maaltijden.
Op de heenweg ‘deden’ we de Noordzee in de nacht, maar nu terug naar Antwerpen hebben we 08.00 uur Ameland dwars en om 11.30 komt Texel uit de morgenmist. Het is druk op de route en dat geeft ons een mooie laatste zeedag, er is veel te zien en af en toe komt de zon ook even meekijken naar al dat fraais op zee. Het idee dat we morgen weer thuis zijn is zo onwerkelijk dat ik daar maar niet aan denk. Voorlopig nog zachtjes deinen in de zuidwester bries.
Om 22.00 uur laten we de Noordzee achter ons en passeren Vlissingen. Altijd weer een fascinerend gezicht, de verlichte kustlijn van de Schelde houdt ons nog lang op de brug. Het is al laat als we daar alvast afscheid nemen van kapitein Bokma en hem bedanken voor een geweldige reis aan boord van zijn schip en hopen elkaar nog eens weer te zien. Voor het slapen gaan grotendeels de koffers pakken want morgenvroeg, direct na het ontbijt, gaan we naar huis. De zo begeerde bontmutsen maken helaas geen deel uit van de bagage, maar de oude wollen zijn ook nog wel leuk, hoewel…


Antwerpen
’s Nachts om 03.30 uur komen we in Antwerpen aan. We hebben er niets van gemerkt.
Om acht uur doen we voor de laatste keer het ontbijt alle eer aan dat het verdient en nemen afscheid van de chef-kok en zijn maat. Dank voor alle goede maaltijden en de lekkere toetjes, de altijd volle fruitschaal en het heerlijke brood.
We kunnen niet van iedereen afscheid nemen, want het schip is alweer gevangen in de hectiek van het lossen. Iedereen is bezig of slaapt na een lange zeewacht.
Richard loopt met ons mee naar de auto en met een hartelijk ‘tot ziens in Delfzijl’ worden we uitgezwaaid. Een laatste blik op ‘ons’ schip en we zijn op weg naar huis.

Timca en crew, bedankt en behouden vaart!

Delfzijl, april 2015

Ria Beukema